De stormstrijders van België: hoe de lokale cyberveiligheidscommunity zich verdedigt tegen groepsaanslagen

In de afgelopen jaren is België een steeds belangrijker doelwit geworden voor cybercriminaliteit, met een opvallend toegenomen aantal groepsaanslagen die niet alleen bedrijven maar ook kritieke infrastructuur en openbare instellingen treffen. Deze trend is niet alleen een gevolg van de toenemende digitalisering, maar ook van de groeiende professionalisering van cybercriminelen die zich specialiseren in massale, georganiseerde aanvallen. Volgens de deze bron zijn er in 2023 al meer dan 1.200 groepsaanslagen op Belgische ondernemingen gemeld, waarvan 42% gericht waren op financiële winst door ransomware. Het probleem is dat veel bedrijven, vooral kleine en middelgrote ondernemingen, nog steeds te weinig bewust zijn van de gevaren en de noodzaak van preventie.

Deze situatie heeft geleid tot het opbouwen van een dynamische lokale cyberveiligheidscommunity in België, waar experts, onderzoekers en bedrijven samenwerken aan het ontwikkelen van strategieën om groepsaanslagen te voorkomen en te beantwoorden. Een voorbeeld hiervan is het initiatief van het Belgisch Centrum voor Cyberveiligheid, dat sinds 2018 een centrale rol speelt in het delen van kennis en het trainen van professionals. In 2022 heeft dit centrum meer dan 1.500 professionals geïnformeerd over de nieuwste trends in groepsaanslagen, waaronder de toenemende gebruikmaking van zero-day-exploits en sociale engineering door cybercriminelen.

De belangrijkste vormen van groepsaanslagen in België

De meest voorkomende vormen van groepsaanslagen in België zijn ransomware-aanvallen, DDoS-aanvallen en phishingcampagnes. Ransomware, zoals de varianten van de groepen REvil en LockBit, zijn in 2023 de meest gebruikte methode geweest om bedrijven te plunderen. Volgens de Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Gegevens zijn er in 2023 in België 180 ransomware-aanvallen op kritieke infrastructuur gemeld, waarvan 65% binnen de eerste 24 uur na de detectie niet beantwoord werd door de slachtoffers. Dit laat zien hoe snel en effectief groepsaanslagsgroepen zijn in het exploiteren van zwakke punten.

Daarnaast hebben DDoS-aanvallen, zoals die uitgevoerd door groepen zoals Strontium (bekend als APT29), een toenemende rol gespeeld, vooral gericht op financiële instellingen en telecommunicatiebedrijven. Een voorbeeld hiervan is de aanval op de Belgische postdienst in 2022, waarbij een DDoS-aanval de digitale dienstverlening onder druk zette en duizenden klanten in de problemen bracht. Deze aanvallen zijn vaak onderdeel van een grotere strategie, waarbij cybercriminelen samenwerken met andere groepen om meerdere slachtoffers te bereiken.

  • In 2023 werden in België gemiddeld 370 groepsaanslagen per maand gemeld, met een stijging van 15% ten opzichte van 2022.
  • De gemiddelde kosten van een ransomware-aanval op een Belgische onderneming bedragen €1,2 miljoen, waarvan 40% direct aan herstel en 30% aan verlies van productiviteit.
  • Sinds 2018 heeft het Belgisch Centrum voor Cyberveiligheid meer dan 2.500 incidenten gemeld en heeft het meer dan 100 cybersecurity-expertises opgebouwd.
  • De meeste groepsaanslagsgroepen gebruiken in 2023 een mix van zero-day-exploits en sociale engineering, met een succesratio van 78% bij de eerste poging.
  • Bedrijven die regelmatig cybersecurity-trainingen volgen, hebben een 50% lagere kans op een groepsaanslag dan bedrijven die dit niet doen.

De rol van openbare instanties en onderzoek

Openbare instanties spelen een cruciale rol in het bestrijden van groepsaanslagen in België, met name door het delen van informatie en het trainen van professionals. Het België Cybercrime Unit werkt samen met de Europese cyberveiligheidsautoriteiten om gegevens over nieuwe aanvallen en groepsaanslagsgroepen te delen. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking met de European Cybercrime Centre (EC3) van Interpol, waarbij België in 2023 meer dan 50 internationale cybercrime-investigaties heeft ondersteund. Daarnaast heeft het Belgisch Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek in Diergezondheid (BIOD) in samenwerking met cybersecurity-experts onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende preventiestrategieën, met name het gebruik van kunstmatige intelligentie om aanvallen te detecteren.

Onderzoek heeft ook aangetoond dat de meeste groepsaanslagsgroepen zich richten op bedrijven in de logistiek, de financiële sector en de gezondheidszorg, omdat deze sectoren vaak zwakke punten hebben in hun cybersecurity. Een recent onderzoek van het Centrum voor Cybersecurity België toonde bijvoorbeeld aan dat 63% van de Belgische gezondheidszorginstellingen in 2023 een aanval op hun digitale systemen heeft ondergaan, met een gemiddelde duur van de aanvallen van 12 dagen. Dit laat zien hoe essentieel het is dat ook kleine en middelgrote ondernemingen in deze sectoren investeren in cybersecurity.

De toekomst: hoe België zich kan verdedigen

Om de situatie met groepsaanslagen te verbeteren, zijn er verschillende strategische stappen nodig. Een van de belangrijkste is het versterken van de samenwerking tussen openbare instanties, bedrijven en onderzoekers. Het Belgisch Centrum voor Cyberveiligheid heeft al een aantal initiatieven gelanceerd, zoals het Cybersecurity Challenge, een competitie waarin bedrijven kunnen deelnemen aan het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor cyberaanvallen. In 2023 hebben meer dan 500 teams deelgenomen aan dit initiatief, waarvan 15% een prijs heeft gewonnen.

Daarnaast is het belangrijk dat bedrijven investeren in de juiste cybersecuritymaatregelen, zoals het gebruik van kunstmatige intelligentie voor het detecteren van aanvallen, het trainen van medewerkers en het implementeren van een goed beheer van toegang. Een voorbeeld hiervan is het bedrijf StrömStrike, dat in samenwerking met het Belgisch Centrum voor Cyberveiligheid een nieuwe tool heeft ontwikkeld om de detectie van groepsaanslagen te verbeteren. Deze tool gebruikt machine learning om aanvallen te voorspellen en te reageren, wat de reactietijd van bedrijven kan verkorten van gemiddeld 48 uur naar minder dan 12 uur.